Stolberg
Het onderwerp van de oude “Pingen- en Packen-mijnbouw” in het Stolberger gebied was naast steenkool, lood- en ijzerertsen met name het galmeijerz. De aanduiding “Pingen en Packen” verwijst enerzijds naar de wijze van de mijnverleening, de zogenaamde “Packenrecht”, en anderzijds naar de na sluiting van de mijnbedrijven achtergebleven bodemverdiepingen (“Pingen”).
Mijnbouwtechniek van vroeger
In het Stolberger gebied was de oude “Pingen- en Packen-mijnbouw” gericht op steenkool, lood, ijzer en met name op galmeierz. Galmei was van cruciaal belang, aangezien het de basis vormde voor de messingproductie.
De mijnbouw op ijzer, lood en galmei is in de regio terug te traceren tot in de Romeinse tijd. De aanduiding “Pingen en Packen” verklaart zich enerzijds door de wijze van de mijnverleening, de zogenaamde “Packenrecht”, en anderzijds door de na sluiting van de mijnen achtergebleven bodemverdiepingen, die Pingen worden genoemd.
In de traditionele Pingen- en Packen-mijnbouw werd het aanstaande galmeierz, dat meestal slechts enkele meters onder het grondwaterniveau lag, op de oppervlak ontgonnen. Ondanks de toen nog rudimentaire technische hulpmiddelen werden in droge jaren afbouwdiepten van 40 tot 50 meter bereikt.
De werkzaamheden vonden voornamelijk plaats in een eigenloontje bedrijf. Begin 19e eeuw waren de meeste galmeilocaties in het Stolberger gebied reeds grotendeels uitgeput.
Met de toenemende vraag naar ertsen van de groeiende Stolberger metaalindustrie nam de hoeveelheid productie toe en werd het noodzakelijk om dieper gelegen locaties te ontsluiten. Dit leidde midden 19e eeuw tot de industriële ondergrondse mijnbouw op het mijnveld “Diepenlinchen”.
Vroeger werd het gebied gekenmerkt door een karakteristiek Pingenlandschap. In de loop van de 20e eeuw werden de oppervlakken echter door boeren weer geëgaliseerd. Foto’s van het voormalige mijnveld Breinigerberg vermitteln een indruk van het vroegere mijnbouwlandschap bij Diepenlinchen.
Feierabendrunde
52224 Stolberg-Mausbach
Der Brand bei Hürtgenwald-Gey ist vollständig gelöscht, das Feuer im Hohen Venn ist unter Kontrolle. Alle Zufahrtsstraßen sowie die Rad- und Wanderwege in der Rureifel außerhalb der beiden gesperrten Brandflächen sind frei. Es gibt keine Einschränkungen mehr auf der Vennbahn. Die Warnungen zur Luftqualität sind aufgehoben auch die Messungen des LANUK zeigen keine bedenkliche Schadstoffbelastung der Luft. Alle Betriebe sind regulär geöffnet und freuen sich auf Gäste.